Abraham reist naar het Zuiderland en vestigt zich in Gerar, niet ver van Egypte. Uit angst om gedood te worden vanwege de schoonheid van zijn vrouw Sara, herhaalt hij de leugen die hij twintig jaar eerder ook vertelde in Egypte aan de Farao – namelijk dat Sara zijn zuster is.
Koning Abimelech van Gerar laat Sara ophalen, in de veronderstelling dat zij ongetrouwd is. Maar God grijpt in en verschijnt aan Abimelech in een droom, waarin Hij hem gebiedt Sara terug te geven aan haar man. Abimelech gehoorzaamt direct, maar heeft natuurlijk wel een paar moeilijke vragen voor Abraham.
In deze aflevering vertelt Johan dat de Heere keer op keer trouw blijft, zelfs wanneer wij falen en ontrouw zijn. Ook krijgen wij te horen wat dit hoofdstuk ons leert over het karakter van de Heere Jezus…